• Els Rademaker

28 AUGUSTUS 1672 EN DAN…..?

Ja:… 28 augustus 1672. Een grote dag voor Groningen en ook voor Nederland. Want toen werd bisschop Bernhard van Galen, alias Bommen Berend verslagen door een leger onder leiding van Carl von Rabenhaupt. In Groningen staat nog steeds een buste van hem in de Waagstraat. Maart wat gebeurde er met Bommen Berend na deze nederlaag? Interessante vraag.

Hij begon een nieuw hoofdkwartier in Zwolle. Zwolle daar was hij al eerder doorgetrokken op weg naar Groningen. Maar hij ging weer terug om in Zwolle dat nieuwe hoofdkwartier in te richten. In Munster beierden de klokken toen de bisschop een slag bij Zwartsluis won en hij kon oprukken naar Zwolle. En niet alleen de bisschop van Munster trok Zwolle in maar ook die van Keulen. De bisschop die het lichaam van Thomas a Kempis zou opgraven.

Hoe ging het nu verder in Zwolle? Bommen Berend regeerde als een alleenheerser in de stad. Maar de Zwolse bestuurders waren niet helemaal monddood. Zij pleegden wel sabotage! Want de resoluties die de bisschop uitvaardigden schreven zij niet in in het register. En dat leidde tot verwarring. Wat was nu echt besloten en wat niet?

Natuurlijk kwam er ook een stoet soldaten naar Zwolle die moesten worden ingekwartierd. En dat was geen makkelijke opgave. Want die soldaten: dat was ruw volk. Volgens de overlevering gek op vrouwen, brandewijn en andere genotsmiddelen. Die hele operatie werd geleid door Dr. Hoefslach. Hij woonde Nieuwstraat 55. Dat huis bestaat nog steeds. Er is nu een restaurant in gevestigd. Het Vliegerhuys. Die Hoefslach nam zelf ook twee Franse bevelhebbers in zijn huis op. Een was de stadscommandant markies Noël Bouton de Chamilly met zijn adjudant La Valiere. Die Chamilly is een interessante figuur. In feite had hij het opperbevel over de stad en was dus machtiger dan de bisschop. En dat gaf tussen de heren wel enige wrijving. Op het moment dat hij in Zwolle kwam wonen was hij 37 jaar. En hij had al een roerig leven achter de rug. Hij was namelijk zeven jaar daarvoor in Portugal aan het vechten geweest tegen de Spanjaarden en was daar in aanraking gekomen met een non: Marianna Alcoforada. Dat werd een liefdesverhouding! En dat mag natuurlijk niet. Zij schreef brieven aan hem. Die brieven zijn bewaard gebleven en de Nederlandse schrijver Arthur van Schendel heeft er een roman over uitgegeven: Minnebrieven van een Portugese non.

Naast deze last waren er ook andere zorgen. Want 1672 was ook de tijd van de strijd tussen de oude en de nieuwe godsdienst: de reformatie. Veel steden in wat we nu Nederland noemen waren overgegaan op die nieuwe godsdienst. En met de komst van de twee katholieke bisschoppen was die strijd weer terug. Want zij wilden Zwolle terug laten keren tot het katholicisme. Die strijd vond bijvoorbeeld plaats in de Grote of Sint Michael Kerk op de Grote Markt. De vraag was: mocht er weer een katholieke priester in deze kerk de Heilige Mis opdragen? Zwolle mocht zich gelukkig prijzen met een hele gematigde en wijze priester: aartspriester Waeyer. Zijn optreden zorgde er voor dat de gemoederen wat bedaarden. Hij dineerde ook op enig moment met de bisschop.

Hoe liep dit alles af? Ook aan de macht van de bisschop kwam een einde toen hij minder geld kreeg van de Engelsen. En stadhouder Willem III een overwinning haalde bij Bonn. De Chamilly vertrok ook uit de stad naar Grave om de vesting tegen Willem III te verdedigen. Nederland werd dus sterker en langzamerhand kwam aan dit Rampjaar een einde. Op 10 mei 1674 namen de Staatse troepen Zwolle weer in bezit. Aan dat Rampjaar in Zwolle herinnert nog steeds de schrijn met de overblijfselen van Thomas a Kempis, te zien in de basiliek aan de Ossenmarkt. Thomas a Kempis die opgegraven werd door de bisschop van Keulen.

25 keer bekeken